Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik zal aan dit eigenaardig probleem niet meer aandacht besteden, maar wil toch even nog opmerken, dat, terwijl de verhoudingsschoonheid der dieren onze plastischen smaak ontroert, de schoonheid van het doelmatige en van het menschelijke onzen dichterlijken en menschelijken smaak aandoet en het eigenaardig gebied onzer ziel betreedt, Waar het ontwaren van waarheid en innerlijke bedoeling een schoonheidsontroering wekt.

Zooals wij in de vermenschelijkte dierenliteratuur op het dierensatanisme hbben gewezen, komt in de aesthetische dierletterkunde de moderne zin voor schoonheid door leelijkheid tot uiting. Het ongeproportioneerde, het groteske zijn we als mooi gaan zien door de gewaagdheid van zijn verhoudingswoeker. Wij kweekten dieren, die op moeten Vallen door schoonheid-door-leelijkheid en vergroving van vorm en van motieven, die in het normale soort aanwezig waren. Men denke aan kropduiven, aan Engelsche schapenrassen als het chevioten dorset-ras, aan Engelsche langoorkonijnen, aan bulldoggen en aan al die hoenderrassen, waarin het oertype, dat het Bankiwa-hoen bijvoorbeeld vertoont, geperverteerd werd. Edmond Rostand in >>Chantecler" drijft den spot met al deze barokke yariëteiten van het normale leven en zijn Chantecler is er trotsch op ,,le coq, le coq tout seul", den echten haan van 't boerenerf te zijn. Wanneer men een studie maakt van de kat in de letterkunde, bemerkt men, dat de menschelijke verbeelding met de kat hetzelfde gedaan heeft wat de kweeker deed, die uit bewondering voor de roode roos, tenslotte de blauwe roos in de wereld brengt, 's Menschen verbeelding exalteerde het katachtige in de kat tot er een monster-kat, een pervers „Uebertier", een ken-

Sluiten