Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kipling's „Kaa's Jacht" is een voorbeeld van moderne vermenschelijkende dierletterkunde. Het verhaal bewijst, hoe levend dit oude genre nog is, zooals dit in Duitschland ook het werk van Waldemar Bonsels ,,Die Biene Maja" heeft bewezen. Kipling's verhaal doet ons gevoelen, dat ondanks het spreken der dieren hun vermenschelijking en hun individualiseering, ondanks ook de ten deele aan het menschenleven ontleende gebeurtenissen, dit genre er veel toe kan bijdragen om ons den aard en de vormen der dieren te leeren kennen en zien.

De eigenaardige plaats bijvoorbeeld, die de apen door hun levenswijze en hun uiterlijk te midden der overige zoogdieren innemen, hun opmerkelijke psychische wispelturigheid wordt door Kipling's typeering der bandar-log (der apen stand) in 't licht gesteld. Al zullen geen beer en geen panter er in de werkelijkheid samen op uittrekken om een kind uit de handen van apen te verlossen, toch konden juist door middel van dit boeiend sprookjesgebeuren loop, houding, vechtwijze dezer twee groote roofdieren levendig geschetst worden, de langzame waardigheid en de onontkoombare aanvalszekerheid van een python zal den lezer van 't verhaal voor goed bijblijven. En de sfeer van het landschap, de hitte der zon over de eindelooze Britsch-Indische dieren-wildernis houdt met zijn realisme het niet-mogelijke gebeuren in evenwicht en verhindert, dat ongeloof aan het vertelde ons tegen de charme van het sprookverhaal immuun maakt.

Edgar Allan Poe's ,,De zwarte Kat" kan men eigenlijk geen zuiver vermenschelijkende dierletterkunde meer noemen, omdat de schrijver, die de kat

Sluiten