Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den volgenden boom, nog juist bijtijds, om het kleine gezicht nog eens te zien. „Volg mijn spoor", schreeuwde Mowgli, ,,en meldt mijn verblijf aan Baloe van den Sionie-stam en aan Bagheera van de Vergaderingsrots."

,,In wiens naam, broeder?" Chil had Mowgli nooit te voren gezien, ofschoon hij natuurlijk wel van hem had gehoord.

,,Mowgli, de Vorsch. Menschen-jong noemen ze mij! Volg mijn spo-o-or!"

De laatste woorden werden uitgegild, terwijl hij door de lucht gesleurd werd, maar Chil knikte en vloog in de hoogte, tot hij niet hooger leek dan een stofje. Daar bleef hij hangen, met zijn telescoopoogen het zwaaien der boomkruinen bespiedend, ■Wanneer Mowgli's geleiders met hem verder slingerden,

,,Ver gaan ze toch nooit," mompelde hij verachterlijk. ,,Ze doen nooit wat ze zich hadden voorgenomen te doen. Altijd grijpen ze weer wat nieuws aan, de Bandar-log. Maar ditmaal hebben ze, naar het mij wil voorkomen, wat ondernomen, waar Voor hen zelf niet veel goeds uit zal voortkomen, Want Baloe is geen melkmuil meer, en Bagheera kan meer dan geiten dooden."

Zoo dreef hij op zijn vleugels, zijn pooten tegen het lichaam gevouwen en wachtte.

Intusschen waren Baloe en Bagheera dol van Woede en verdriet. Bagheera klom zooals hij nog nooit had geklommen, maar de dunne takken braken onder zijn gewicht en hij gleed naar beneden, zijn klauwen vol boomschors.

..Waarom heb je het Menschen-jong ook niet gewaarschuwd?" bulderde hij den armen Baloe toe, die op een sukkeldrafje voorthobbelde, in de

Sluiten