Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,,Wat kan het mij schelen wat de Dsjungel denkt? O, misschien is hij nu al dood!"

„Indien ze hem niet voor de grap naar beneden laten vallen, of hem dooden uit luiheid, ben ik niet bang voor het Menschen-jong. Hij is wijs en goed onderwezen en bovendien heeft hij oogen, waarvoor iedereen die in den Dsjungel leeft bang is. Maar, en dat is een groot gevaar, hij is in de macht van de Bandat-log en die zijn, omdat ze in de boomen leven, niet bang voor iemand van ons."

Peinzend belikte Bagheera een zijner voorpooten.

,,Dwaas die ik ben! O, dikke, bruine aard-wroetende dwaas die ik ben", zei Baloe, met een ruk zijn lichaam weer strekkend. „Het is waar wat Hathi, de Witte Olifant, zegt: „Ieder zijn eigen vrees", en zij, de Bandar-log, vreezen Kaa, de Tijgerpython. Hij kan even goed klimmen als zij. Hij haalt 's nachts de jonge apen weg. Als zij zijn naam maar hooren fluisteren, worden zij koud tot in het puntje van hun krulstaart. Laten we Kaa dus opzoeken."

„Wat zal die voor ons doen? Hij is niet van onzen stam, daar hij geen pooten heeft — en hij heeft heel booze oogen", zei Bagheera.

„Hij is zeer oud en geslepen. En bovenal, hij heeft altijd honger", zei Baloe, hoopvol. „Beloof hem veel geiten."

„Hij slaapt een maand lang, nadat hij eenmaal gegeten heeft. Mogelijk slaapt hij dus nu ook wel, en zelfs als hij wakker is, wat beginnen we dan, als hij liever zelf zijn geiten doodt?" Bagheera, die niet veel van Kaa wist, was natuurlijk achterdochtig.

„In dat geval zullen jij en ik samen, oude jager, hem wel tot rede kunnen brengen." Baloe wreef

Sluiten