Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is, maar Baloe en Bagheera konden de zware kauwspieren aan weerszijden van Kaa's kop zien opzwellen en samentrekken.

„De Bandar-log is verhuisd", zei hij kalm. „Toen ik buiten kwam vanmiddag, om in het zonnetje te gaan liggen, hoorde ik ze in de boomtoppen schreeuwen."

„Het — het is juist de Bandar-log, die wij nu volgen", zei Baloe, maar de woorden bleven hem in de keel steken, want het was de eerste maal, voor zoover hij zich herinneren kon, dat iemand van het Dsjungel-volk bekende, belang te stellen in het doen en laten der apen.

„Dan is het toch zeker geen kleinigheid, die twee zulke jagers — aanvoerders in hun eigen Dsjungel, daar ben ik zeker van — er toe gebracht heeft de Bandar-log na te loopen", antwoordde Kaa beleefd, maar popelend van nieuwsgierigheid.

„Ik ben", begon Baloe, „ik ben niets meer dan de oude en soms heel domme onderwijzer, die de Sionie wolfsjongen de Wet van den Dsjungel leert, en Bagheera hier. . .

„Is Bagheera", zei de Zwarte Panter, en zijn kaken klapten met een slag op elkaar, want hij hield niet van nederigheid. „De kwestie is deze, Kaa. Die noten-dieven en palm-bladen-kauwers hebben ons Menschen-jong, waarvan je misschien wel gehoord hebt, gestolen."

„Ik heb wel het een en ander gehoord van Sahi (zijn stekels maken hem vermetel) omtrent een menschachtig wezen, dat in een wolven-stam was aangenomen, maar ik heb het niet geloofd. Sahi zit vol verhalen, die hij maar half gehoord heeft en dan nog slecht over vertelt."

„Maar het is werkelijk waar. Het is een Men-

Sluiten