Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gei, Dreng mij dus voedsel, of geef mij toestemming hier te gaan jagen."

Twintig, dertig apen sprongen op, maar onderweg kregen ze ruzie met elkaar en wat er daarna van de vruchten overbleef, was niet de moeite waard om mee te brengen. Mowgli's lichaam deed hem pijn. Hij was kwaad en had honger en hij zwierf door de verlaten stad, nu en dan de Jachtroep van de Vreemdelingen uitend, maar niemand antwoordde hem, zoodat Mowgli begon in te zien, dat hij op een heel slechte plaats was aangeland. ,,A1 wat Baloe van de Bandar-Log heeft gezegd is waar", dacht hij bij zichzelf. „Zij hebben geen Wet, geen Jacht-roep en geen aanvoerder — niets anders dan dwaze praatjes en kleine dieven-handen. Als ik dus hier dood honger of vermoord word, is het heelemaal mijn eigen schuld. Maar ik zal toch probeeren om naar mijn eigen Dsjungel terug te gaan. Baloe zal me zeker slaan, maar dat is toch in elk geval beter, dan roze-bladeren te plukken met de Bandar-log."

Nauwelijks evenwel had hij de stadsmuur bereikt, of de apen sleepten hem weer terug, zeggend, dat hij niet half wist, hoe gelukkig hij was, terwijl zij hem wilden dwingen om dankbaar te zijn. Hij klemde zijn tanden op elkaar en zei niets, maar ging met de schreeuwende apen naar een terras boven de roode zandsteenen reservoirs, die half gevuld waren met regenwater. In het midden van het terras stond een vervallen, wit-marmeren zomerpaviljoen, gebouwd voor koninginnen, die nu reeds honderden jaren dood waren. Het koepelvormige dak was half ingevallen en versperde de ondergrondsche verbinding van het paviljoen met het paleis, die steeds door de koninginnen was gebruikt

Sluiten