Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mowgli bedroefd. „Ik ben een slecht Menschenjong en mijn maag is heel treurig."

„Mf! Wat zegt de Wet van den Dsjungel daarvan, Baloe?

Baloe wilde Mowgli niet nog meer onaangenaamheden bezorgen, maar de Wet was de Wet. JJaarmee kon hij ook niet schipperen en dus mompelde hij: „Spijt heft nooit straf op. Maar bedenk wel Bagheera, dat hij nog maar heel klein is."

„Daar zal ik wel aan denken, maar hij heeft kwaad gedaan en dus moeten er slagen worden uitgedeeld. Mowgli, heb je daar iets tegen in te brengen?

„Niets. Ik heb kwaad gedaan. Baloe en jij zijn gewond. Het is rechtvaardig."

Bagheera gaf hem een stuk of zes klappen, die van het standpunt van een panter bezien, niet veel meer waren dan liefkoozingen. (Een van zijn eigen jongen zou er waarschijnlijk niet eens wakker van zijn geworden) maar voor een zeven-jarigen jongen waren het klappen, zoo hard, als gij er niet graag een zoudt krijgen. Toen de afstraffing was geëindigd, niesde Mowgli en zonder een woord te uiten stond hij op.

„Spring nou maar op mijn rug, broertje", zei Bagheera, „dan zullen we naar huis gaan."

Een der mooiste bepalingen van de Dsjungelwet is dat de straf alle schuld vereffent. Zoodra die

is ondergaan is alles vergeven en vergeten een

gevoel van wrevel jegens den gestrafte, dat zou blijven voortleven, bestaat niet.

Mowgli legde zijn hoofd op Bagheera's rug en

s iep zoo vast, dat hij niet eens ontwaakte, toen hij

in het hol van Vader- en Moeder-wolf werd neergelegd.

Sluiten