Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den glijden totdat hij weer met zijn voeten op het gras stond.

Rosa, die minder stoutmoedig maar meer verliefd op het onbekende was, stelde zich er maar mede tevreden haar oor tegen den telegraafpaal aan te leggen en dan luisterde zij minuten, zelfs kwartieren lang naar de vervaarlijke metalen geluiden, die de wind ontrukte aan de vezels van het droge dennenhout, dat in aanraking kwam met de draad. Die trillingen, bij wijlen zoo hevig als die van de stemvork, waren voor Rosa de papieren, die voorbijkwamen, de brieven, die langs de draden geschreven werden, het onbegrijpelijke taaltje, waarin het onbekende met het onbekende sprak. Zij was heelemaal niet nieuwsgierig naar wat die menschen daar in de verte te vertellen hadden aan die van het andere einde der wereld. Wat ging het haar aan? Haar belangstelling ging uit naar het geluid om het geluid zélf, om zijn klak en zijn geheimzinnigheid.

Cordera, veel bezadigder dan haar makkers, hoewel, de waarheid dient gezegd, in haar soort van veel rijper leeftijd, onthield zich van elk verkeer met de beschaafde wereld en bekeek den telegraafpaal van verre, beschouwde het naar de beteekenis, die hij voor haar slechts hebben kon als een dood nutteloos ding, dat zelfs niet eens geschikt was, om zich er tegen te schurken. — Zij was een koe op jaren. Deskundige in het weiden, wist zij den tijd te benutten. Uren achtereen lag ze meer na te denken dan te eten, en genoot van het plezier in vrede te leven onder den grijzen rustigen hemel van haar land. Het was, alsof ze haar ziel voedsel gaf, want ook dieren hebben een ziel; en als het geen heiligschennis ware, zou men kunnen zeggen, dat de gedachte van de aan ondervinding rijke koe-matrone

Wij en de Dieren 15

Sluiten