Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

up een dag toen hij opmerkzamer naar het bosch keek, voelde Poupah gekriebel op zijn hoofd. Hij schuurde zijn voorhoofd tegen een muur, die er bijna van instortte, keerde zich naar den horizon, vanwaar een eigenaardige aantrekkingskracht op hem uitging, stak zijn slurf in den wind, knipte met zyn kleine zwarte oogjes, die elk aan een kant van zijn recht in de hoogte gestoken snuit stonden spreidde de ooren uit evenals zijn moeder had gedaan wanneer er gevaar dreigde, maakte een beweging in de richting van de wildernis en ging er schommelend, de ooren plat tegen de schouders geplakt, den slurf naar beneden, met half dichtgeknepen oogen vandoor naar 't hartje van de stad.

Een sterke begeerte, een onweerstaanbare prikkelende kriebeling hadden zich van Poupah's bek en ingewanden meester gemaakt. Van twee wegen had hy er eén gekozen en daarmee zijn lot beslecht.

an den eenen kant riepen inwendige stemmen hem terug naar zyn eigen stam, naar de kudde, die zich weer in den oorspronkelijken toestand had versteld: daarginds, in die door de opgaande zon verlichte landstreek, waar duizende en duizende zwarte pootpilaren den bodem sloegen en kneedden en daarbij gras en struiken vertrapten. Maar dat alles was te verward, te onbestemd voor de hersens van een jongen olifant, die geen ander houvast had dan een vaag bewustzijn, waaraan nog vager handelingen ontsproten.

Aan den anderen kant bewaarde hij van heel kort geleden de herinnering aan een blanken man, die ioupah zacht toesprak of hem woorden toeriep, ie in t dichtst van het woud zijn moeder en de

0 kudde op de vlucht gejaagd zouden hebben, maar die Poupah als muziek in de ooren klonken.

Sluiten