Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dellandsche Zee, of uit het zaad van zijn dieren eens de fauna der werelddeelen herleven moest.

Ik durf niet eens neer te schrijven, dat hij ook zijn vrije uren aan den tuin besteedde, want behalve zijn slaap — en hij sliep van tien tot twee uur en van half vier tot zes — had hij geen vrije urenHij werkte in den tuin, deed er zijn nachtelijke ronden en dacht na over het wel en wee van al die schepselen Gods, die hem allen even na aan het hart lagen. Wetenschappelijken mogen zich specialiseeren, Jean Raguenot waren vogels even na als zoogdieren, zoogdieren als reptielen en reptielen als zijn vogelspin. Hoe hij van ze hield? Hij hield van ze en zorgde voor ze op alle wijzen, waarop het een mensch gegeven is lief te hebben en zorg te dragen. Hij kende hun karakter als een leermeester zijn discipelen en leidde ze ten goede, ieder naar zijn aard. Een vaderlijke liefde voor zijn kinderen spreidde hij over zijn dieren uit — en de nederige genegenheid van een ouden knecht voor de kinderen van zijn meester leefde in Raguenot, wanneer hij ze des morgens zonder woorden maar in gedachten vroeg, of ze goed geslapen, goed gegeten, goed verteerd hadden. Allen had hij ze namen gegeven en in zichzelf dacht hij ook aan ze met een bezittelijk voornaamwoord: mijn kuifeend —, Charlotte, mijn apinnetje. Maar hij was zoo vanzelfsprekend en onopzettelijk bijdehand, dat hij een scheiding maakte tusschen zijn eigen leven met de dieren en zijn post als bewaker. Wanneer een bestuurslid hem ondervroeg, werd „Roussot" gegeneraliseerd tot: dè vos, en Annette, mijn boomkikvorschje, hèt boomkikvorschje. Jean wist niet nauwkeurig hoe oud hij was, maar herinnerde zich zijn leven heel goed

Sluiten