Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ciscus, maar Jean kon wel eens wat meer aan zijn vrouw denken. Om haar te troosten voor dien eenen maaltijd dien ze samen niet gebruikten, stuurde Jean Pierre zijn knechtje die meer tuin- en timmerwerk deed, in het schaftuur naar zijn vrouw. Want een oude vrouw en een jong kereltje houden beiden veel van praten.

Een mensch, die zindelijk van aard is en zoo arm dat hij maar één pak bezit, slaat de schrik om het hart wanneer hij aan de toekomst denkt. Want met zindelijkheid en zorgzaamheid kan men het pak rein houden, het zal zeker gaan glimmen en ten leste scheuren, en wat dan ?

De arme Jean Raguenot wijdde zich aan een tuin, waar maar geen nieuwe dieren naar toe werden gebracht en die er komen moest met een allerschamelste begrooting.

De natuur is daar aan Frankrijks Zuidkust zeker mild; zacht waaieren de palmen den bezoeker van

i?'ij f Zoologique reeds aan den ingang tegen, schilderachtig verrijst een beeldje van achter een groote, grijperige, drakige aloë en staat er een landelijk hokje waarin een bok op en neer wandelde op de kruising van de twee „alleeën", miniatuur laantjes, smal en kort waarvan de een naar het broeikasje en de ander naar het ,,Palais des singes" voerde. Maar schoonheid, zon en zee schenken den dieren het eeuwige leven niet.

Is het geen jammer, denkt Jean, die weinig meer spreekt, „om je parkiet Pierrot dood in zijn kooitje te vinden, de git-oogjes gesloten aan beide zijden van het nuffige neus-snaveltje, de pootjes voor het buikje getrokken?"

Een maand later lag Babouche, de melkige zebu-

Sluiten