Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

emoties die hem het verzorgen van dit buitengewoon bezit bracht, te kunnen verdragen. Zijn zieleleven begon te winteren en de orang-oetan verhaastte de komst van 't laatste jaartij der ziel.

Jean's geest kon langzamerhand heel het leven en den tuin en al die zorgen niet meer omvatten. Hij had de neiging om wat er hem aan besef overbleef samen te brengen op iets dat apart en bizonder was, zooals een kind zich aan één pop wil wijden. Een lichaam dat sterft heeft zijn kramptrekkingen, een ziel die sterft flakkert nog even op en dooft dan weer uit. Eerst merkte Jean met schrik dat hij zijn post niet goed meer bekleedde, het noodzakelijke verwaarloosde en zijn vrouw bestal, maar juist had hij dit met ontzetting en smart bemerkt, of het inzicht was weer weg en hij dacht aan niets dan aan „Jacquot, mijn orang-oetan".

Dat gebeurde niet ineens, maar nadat de orangoetan een half jaar in den tuin geleefd had, toch in den loop van een paar maanden. Groote terreinen van Jean's genegenheid en van zijn verantwoordelijkheid gingen verloren en op die eene plaats die hem bleef, bouwde hij een tempel en stak er een licht aan. Daar woonde zijn liefde en eerbied voor den grooten orang-oetan.

's Ochtends had hij reeds meerdere malen verzuimd zijn hokken te reinigen, omdat hij niet weg kon komen van de kooi waar Jacquot, bedachtzaam en behagelijk, den ouden man aanstaarde, en dat mocht omdat een oude aap meer voorrechten heeft dan een oud mensch. Pierre, zijn hulpjongen, kwam hem waarschuwen; de oude Jean schrok dat hij den dienst verzaakt had en spoedde zich naar de kooien. Een volgende maal schrok hij niet meer van zijn eigen onverantwoordelijkheid, maar was

Sluiten