Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en daarom het Bestuur te moeten aanraden den ouden Jean Raguenot uit zijn ambt te ontzetten.

Toen dit Jean werd meegedeeld, scheen hij de beteekenis ervan niet te begrijpen, maar later drong het toch tot hem door. Het verlaten van zijn geliefden tuin maakte hem niet zoo verdrietig a s dit vroeger het geval zou zijn geweest, toen yack en zebu, vogels en apen hem zoo zeer ter harte gingen. Met groote verwondering hoorden de bestuursleden hun ouden ontslagen oppasser mompelen, dat ze er maar niets van aan Jacquot moesten

zeggen. .

Jean Raguenot kreeg een pensioen dat in verhouding met zijn vroeger loon, den dierentuin en de belangrijkheid van Canty-sur-Mer bleef en dus zeer gering was. Maar zijn brave Maria kweekte groenten en vruchten en verkocht deze in het klem en Jean mocht, wanneer hij dat wilde, den dierentuin bezoeken.

Zijn oude dag was dus tevreden en gelukkig, want geen ochtend en geen middag ging voorbij, of Jean daalde het paadje af van de kleine berghelling, waar nu zijn houten eenkamerig huisje stond, en de pet voor de oogen, de klompen klappend op 't plaveisel van het boulevardje, liep hij naar Canty-sur-Mer's dierentuintje. De overige dieren kregen een knik, wanneer Jean langs kwam, maar in de serre van den orang-oetan, zijn laatste en eenige glorie, stak hij zijn pijpje op en bleef kijken, uur aan uur, Ze wisten het beiden wel, Jacquot en Jean, en lazen op eikaars oude verweerde tronies den tijd af. En Jean Raguenot vergat de kinderachtige verhoudingen dezer wereld.

Hens op een Zondagmorgen ontmoette hij in den tuin, bij het hok van Guillaume, den wolf, zijn

Sluiten