Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zondags liepen ze nog wel eens te dwalen door de passen, maar meestal bleven ze thuis en zaten in 't kleine kamertje te lezen uit de boeken, die Bart meebracht uit 't dorp. Hij was nu ook lid geworden van de reciteervereeniging en dan oefende hij zich in 't voordragen en Leneke moest zeggen hoe 't het beste was. 't Liefst lazen ze boeken over prinsessen en ridders en ieder koos er zich een uit, die ze 't liefst zouden willen zijn en dan overlegden ze, wat zij zouden hebben gedaan.

Leneke kwam maar zelden meer in 't dorp, behalve voor boodschappen of voor de catechisatie en zoo leefde ze daar heel afgezonderd in 't witte huiske; overdag was Leneke met moeder druk in de weer voor de huishouding, en 's avonds en in haar droomen als een mooi prinsesje, te midden van koningskinderen en edele ridders. —

Tegen den zomer, als hij al vroeg op 't werk moest zijn, werd het heen en weer trekken voor Bart te bezwaarlijk en zoo bleef hij door de week in de kost in 't dorp en kwam alleen van Zaterdagavond tot Maandagmorgen thuis.

't Was wel triest eerst, die lange avonden voor Leneke, met moeder, die altijd verhalen deed en vader, die aldoor maar somber voor zich uit zat te kijken, maar de Zondag lag nu, meer nog dan ooit, als een heerlijke feestdag in 't vooruitzicht, waar ze deheele week door naar verlangde en alle prettige dingen voor werden uitgesteld.

De herfst had zijn bestaan gerekt, lang over den

Sluiten