Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genomen. Op de hooge verbouwing aan 't eind liepen een paar van de bestuursleden ijverig heen en weer en in de zaal sleepten anderen met banken en tafeltjes; en dan kwam er een naar 't portaal geloopen en verzocht hen om allemaal binnen te komen.

Ze duwden elkaar verlegen, giegelend vooruit, om niet de eerste te hoeven zijn en dan ontstond er een geschuifel en gestommel met stoelen en tafeltjes en ieder zocht er zijn clubje op, waar hij 't liefst bij wou zitten. Nu stond de meester op en tikte met de liniaal op 't tafeltje, waar de bestuursleden met ernstige gezichten omheen zaten; een enkele jongen liep haastig nog over naar een ander groepje waar 't pleizieriger scheen te zullen worden en dan verstomde 't gemurmel en gefluister en 't was stil.

Met hooge, galmende stem begon hij te spreken over den man, waarnaar de vereeniging genoemd was en alles wat er in 't afgeloopen jaar was gebeurd; maar 't werd al gauw erg vervelend en er was niemand meer die er naar luisterde. De jongens bladerden heimelijk in 't boek waar hun voordracht in stond en prevelden zenuwachtig voor zich heen en de meisjes zaten zachtjes ondereen te fluisteren over eikaars kleeren en keken naar 't vreemde uitzicht van de klas.

Aan 't einde boven de planken was in sierlijke kronkels een groote vlag gespijkerd en daaronder tegen den witten muur hingen de portretten van de koninginnen, met dennetakjes er omheen, waar roode en blauwe rozetjes in staken. Aan den eenen kant stond de lessenaar van den meester, met een glas water op een stoel

Sluiten