Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blauwe schort over den puntigen, vooruitstekenden buik, die, nieuwsgierig-onderzoekend, die onbekende klant van het hoofd tot de voeten opnam.

— En wa' moste gehad hebbe juffertje?

Leneke voelde zich van kleur verschieten en 't leek haar nu opeens zoo vreeselijk gek, dat ze daar, heelemaal zonder boodschap, bij die vreemde vrouw kwam, die er zoo heel anders uitzag, dan ze zich van vroeger meende te herinneren. Ze keerde zich af naar de toonbank om die fletse blauwe oogen niet meer te zien, die maar aldoor uitvorschend op haar gevestigd bleven, alsof ze haar het geheim van 't gezicht wilden lezen.

— Mag 'k asteblief 'n half ons züürtjes van oe!?

Tante Jaantje haalde de flesch van de plank en

stampte erin met 't groote kaasmes, om ze van 't glas los te krijgen.

— Ge zijt 'r géén hier uit de buurt geleuf'k? vroeg ze eindelijk.

Leneke stond op 't punt om te vertellen wie ze was; 't kon toch geen kwaad, want ze zou immers altijd nog kunnen zeggen, dat ze een boodschap voor vader had moeten doen en nu in 't voorbijgaan eens even aankwam, om de groeten te doen. Maar meteen voelde ze, dat ze er tóch nooit toe zou kunnen komen, om tegen die lange vrouw, met haar krommen rug en haar nieuwsgierige oogen, te praten over al die dingen, die ze zoo zorgvuldig in haar binnenste verborgen had gehouden en waar niemand wat van wist, behalve zijzelf en Bart.

Ze noemde een ander dorp, waar ze den naam van

Sluiten