Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kende, telde haastig de centen uit haar beursje en nu stond ze weer op straat.

Ze liep gejaagd door, met een angstig gevoel, of ze achtervolgd werd, tot ze weer buiten 't dorp was en na kon denken.

Bij iederen stap, dien ze weer dichter bij huis kwam, groeiden de onrust en 't bewustzijn, dat nu de laatste hoop op uitkomst vervlogen was en zag ze al die ellende, die nu onherroepelijk zou komen zoo duidelijk voor zich, alsof een onzichtbaar wezen daar met haar meeliep, en 't haar influisterde, hoe 't precies zou gebeuren.

't Was toch alles zoo mooi overlegd en 't had zoo eenvoudig geschenen !

En waarom zou 't ook niet zoo gegaan zijn, wanneer ze maar niet zoo kinderachtig was geweest en gezegd had wie ze was; 't andere zou dan wel van zelf gekomen

zijn Als ze dat alles zoo overlegde, kreeg ze

plotseling een gevoel van haat en verachting voor zich zelf, dat ze dien heelen tocht daar voor niets had gemaakt.

En wat zou ze aan Bart zeggen!.... Hij zou 't niet kunnen begrijpen, waarom ze tenminste niet had gezegd, wie ze was.... en hij had er op gerekend, dat 't alles nu goed zou afloopen ... Ze hield haar stap in en aarzelde, of ze terug zou keeren, maar dan zag ze tante's oogen weer nieuwsgierig op zich gericht en rook de benauwde, duffe lucht uit 't winkeltje en ze liep weer verder.

De zon was hoog aan den hemel gestegen en 't

Sluiten