Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klonk 't rammelen van de borden, die moeder klaar ging zetten voor 't avondeten.

't Werd weer stil en nu hoorde ze het dof gemompel van moeders stem, die iets vertelde....

Opeens klonk er een vreeselijke vloek en er volgde een daverende vuistslag op tafel; ze hoorde stoelen verschuiven en ze voelde 't ijskoud worden over haar rug en de ledematen lagen machteloos neer, als verstijfd.

Moeder jammerde en smeekte : — Ge zauwd 't kijnd veur altijd ongelukkig make !.... Dan hoorde ze vader vloekend heengaan en de buitendeur met een slag achter zich dichttrekken, en nu was 't stil. —

Dagen achtereen bleef ze nu opgesloten op 't kamertje en zat dof voor zich heen te staren, of lag, met de oogen wijd open, op bed. Een paar maal per dag kwam moeder en zette zwijgend haar eten op tafel, 't Was Leneke of ze daar opgesloten zat in een donkere gevangenis, voor heel haar leven en of ze nooit meer een mensch zou zien en daar zou blijven, tot ze eindelijk zou sterven van verdriet en ellende.

't Werd Zondag en ze zat angstig te wachten of ze Bart's stem niet zou hooren, maar 't bleef alles stil, zonder vjoolijke geluiden of klank van stemmen, alsof er een doode in huis was. — Tegen den middag hoorde ze op de keukendeur kloppen en er kwam iemand binnen. Ze praatten langen tijd binnensmonds met elkaar en nu en dan klonk een van de stemmen er bovenuit en verstond ze een enkel woord, maar dan werd 't weer een onverstaanbaar gemompel. Eindelijk stonden ze op, en hoorde ze zeggen:

Sluiten