Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dan weer liepen ze den groenen uitweg in en zaten urenlang naast elkaar in 't gras aan den kant van de sloot. Wimke had soms buien, dat hij lang achtereen, met gefronst gezicht, voor zich uit zat te staren en Anneke begreep het wel, dat hij weer prakkizeerde over de schande, dat hij in de gevangenis had gezeten en dat 't zoo moeilijk was om 't weer goed te maken. Maar dan vleide ze zich tegen hem aan en keek tusschen de half gesloten oogen naar hem op, met een glimlach om den mond, als van een slapend kind, dat droomt van mooie dingen.

Wimke wist wel, dat ze hem dan een beetje uitlachte, den grooten tobber, die maar in 't verleden en in de toekomst zat te wroeten en 't aardige meiske naast hem vergat, zijn lieve, kleine Anneke. Dan sloeg hij de armen om haar heen en kuste haar op den mond en op de oogen en in 't zachte warme halsje, kuste

haar, tot 't alles vergeten was Zoo hadden ze

eens op een avond naast elkaar gezeten, toen ze achter zich iemand hoorden aankomen, met driftige stappen; en toen ze onrustig waren opgestaan, was 't Anneke's vader, die voor hen stond. Wimke hoorde nog hoe hij 't hem in het gezicht had geschreeuwd:

— Lilleke zuipert.... a'ge nog ins 't hart het um aon mijn kijnd te komme, dan zul-de mè mijn te doen

hebbe! In de kas gezeute in de kas, onnutten

opvreter, die oe eige kepot zülpt, krek als oew vaoder!

Wimke voelde zich ijskoud worden en balde de vuisten samen, maar hij hield de tanden vast opeengeklemd en zei geen woord, zelfs niet toen de boer

Sluiten