Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

huifkarretje stond te wachten, en voerde het dikke sneden roggebrood uit de vlakke hand:

— Hé! Wimke, mot-te d'r nie' eentje hebbe

veur de kauw? Kom' t'r in jong! ^

In de gelagkamer zaten de herbergier en zijn zoon gezellig bij de kachel hun pijp te rooken, en achter, van uit de keuken, kwam de lekkere geur van kokende koffie naar binnen.

Wimke sloeg de klare met suiker in één slok naar binnen en warmde zich rillend van welbehagen, bij de gloeiende kachel, waarvan de weldoende warmte uitstraalde langs zijn natte koude kleeren.

Nu kon hij zich niet meer voorstellen, wat hem gemankeerd had; 't kwam sekuur, dat hij er van middag nog 'n paar extra gehad had van Sander, dan had hij wel eens meer zoo'n wonderlijk gevoel van treurigheid, maar nu was hij weer zoo frisch als hij zich in langen tijd niet gevoeld had.

— Verzuipe 1 zij-de gek jong; da' kun-de altij'

nog wel doen! Maar 't drinken moest uit zijn; voor

goed! Van avond nog eentje en dan zou hij morgen

naar de markt om varkens te koopen

Wimke grabbelde in zijn broekzak en diepte er een dubbeltje en vier natte, kleverige centen uit op, die hij op een rijtje voor zich op 't tafeltje lei.

— Alloo Geurt, schink nog is in; ik traktier nog 'n

keer! 't Is wel nie krek gepast, mar ge mot mar

rèkene, dat 't vêör de leste keer is!

Geurt schudde de jeneverdroppels van 't presenteerblaadje, zette de glaasjes er op en slofte naar de hooge,

Sluiten