Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De zwarte wolk voor de maan was weggedreven en mengde zich met andere wolkjes en met het zwartblauw van den hemel, dat hier en daar doorkwam, 't Had opgehouden te regenen en een ijl, wit licht viel neer op het water en het torentje aan den overkant, op de kleine groepjes van boomen en huisjes, die verspreid lagen over 't kale vlakke land, en op de zwarte, gebogen gedaante, die met onvasten tred zich tegen den wind vooruitwerkte. Met heesche stem galmde hij een oud straatliedje uit, en de wind verwoei de tonen en er was niemand, die 't hoorde, dat Wimke Luts weer leefde en dat hij schik had, omdat hij weer leefde en niet meer zou pruven.... nooit meer!

Van uit de wijde, zwarte vlakte kwam suizend een dolle windvlaag aanjagen en rammelde aan de luiken, dat de menschen huiverig onder de dekens kropen, sloeg 't lisch plat in de slooten, wipte over den dijk en rukte verraderlijk Wimke's pet van 't hoofd en gooide ze neer in 't zwarte water.

— Bè verstomd, da's nou d'n twidde keer!

Daarginds, bij die paaltjes, die even boven 't water

uitstaken, lag ze te wiebelen op de klutsende golfjes!

Wimke daalde voorzichtig de helling af en plonsde met zijn hooge laarzen voetje voor voetje er heen

Nu was hij er vlak bij ; hij steunde zich, voorovergebogen, op een van de paaltjes en strekte den arm uit naar 't ronde, zwarte vlekje, dat deinend op en neer dobberde.

— Daor hè'-v'-oe, jungske !

Sluiten