Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Hij 's laot van d'n avënd!

Margriet beurde 't hoofd langzaam op van de breikous en keek naar de klok:

— Mar jong, 't is ommers nog gin tijd en dan

mit da' smerrige weer, zauwt ie gelijk hebbe as ie ins geheel nie kwam!

Jefke schrok op en opende den mond om wat te zeggen, maar dan trok hij de lippen minachtend naar beneden en schoof t dwaze idee met een handgebaar van zich.

Op de toornklok sloeg 't zeven uur en nog dreunde de laatste slag na in 't kleine kamertje, toen op de goot voetstappen klonken van iemand, die in 't donker den weg zoekt. Margriet zette de deur los en een breede lichtstreep viel op de groote gedaante van Steven, die, druipnat in z'n dikke duffel, de kleppen van de pet over de ooren getrokken, naar binnen kwam.

Bruno, die met de pooten wijd-uitgestrekt, achter de gloeiende kachel had gelegen, werd wakker en rekte zich gapend de voorpooten, snuffelde aan de natte jas, die op een stoel te drogen werd gehangen en ging aan den anderen kant liggen, huiverend en .verdrietig over de koude lucht, die er zoo in eens was binnen gekomen.

Margriet liep nog wat na te tobben over 't slechte weer, maar de mannen luisterden al niet meer en stopten de pijp onderwijl, dat ze de eerste zetten deden.

Door 't altijddurende terugkeeren waren dat bewegingen geworden, die van zelf gingen; zonder te denken, evenals t klaarzetten der stukken, maar die nu eenmaal

Sluiten