Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eindelijk begon het wat minder te worden en nu beurden ze den wagen een eindje op, om het water van de bankjes te laten loopen en dan gingen ze weer verder. Maar het zand knarste tusschen de assen en het was of de wielen met sterke handen werden vastgehouden.

Ze wilden het oliefleschje krijgen om te smeren, maar dan merkten ze dat ze het 's morgens bij den

val, moesten hebben verloren Ze stapten af en

duwden den piependen wagen voort door de plassen. Het vuile sop spoot hun op langs de broekspijpen en over Heintje's mooi gepoetste schoenen; en moeielijk slofte Hent op zijn drijfnatte pantoffels door het water en het slik.

Eindelijk konden ze niet meer en ze zetten zich mistroostig op den wagen en zaten zwijgend en moe in elkaar gezakt, in den naargeestig neervallenden motregen.

De vroege avondschemering verdonkerde het uitzicht om hen heen tot een somber-grauwen nevel en daarachter lag het dorp en hun warme huisje, onbereikbaar ver, als de herinnering aan een voor goed verloren geluk van rust en vrede.

Maar ze moesten weer verder en met langzame schokken sukkelde de wagen kreunend en knarsend door de modder

Dan eindelijk kwamen ze weer in het gehucht, niet ver van hun dorp, waar ze de huizen kenden en wisten, wie er in woonden en ze trapten door, met een flauwe opleving van hun uitgeputte kracht.

Sluiten