Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOEK VAN HOLLAND.

I.

De zee was fel en heet, en sloeg zijn haat Het land in 't droef en sidd'rend aangezicht, De zee stond woedend-bleek omhooggericht En beukte 't land in tergende evenmaat.

Het hulp'loos schip hing zonder toeverlaat Op 't hard bazalt, en saamgedrongen, dicht, Zat angst'ge menschenschaar, en wachtte licht Van 'twenkend land: een lang-gehoopte daad.

Maar vrucht'loos poogde 't stoere ras der zee Den toorn te trotsen van 't doldriest geweld Der norsche golven in hun zwakke boot; —

Vergeefs, helaas; en hartverterend wee Beving de mannen, sidd'rend en ontsteld... Onmachtig stonden ze in den zwaren nood.

3

Sluiten