Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Praxinoa.

Ja, ja, maar 'k heb nog wat te doen; — Wie niets te doen heeft, zooals jij, viert altijd feest. — Heel gauw nu 'tspingerei opruimen, Eunoa;

Pas op, jou luibak, dat je 't niet weer sling'ren laat, De poesjes moeten zeker lekker slapen, hè? — Kom, schiet wat op. Breng water, gau w! Eerst water, marsch. — Nu brengt ze zeep! Geef op maar. Niet te veel, slokop! Schenk 'twater in. Onhandig mensch, je gooit me nat! Hou op! — Nu, 'k waschte mij zoo goed en kwaad als 't ging. — Waar is de sleutel van de groote kist? Breng hier.

Gorgo.

Praxinoa, wat staat die draperie je mooi;

En zeg reis, hoeveel heeft het weven je gekost? Praxinoa.

Gorgo, spreek daar niet van, meer dan twee minen ') zilver, En 'k heb mijn heele ziel gegeven aan het werk.

Gorgo.

Maar 't is je ook mooi gelukt.

Praxinoa.

Dat zeg je daar nu wel, — Breng me mijn mantel en zet mij m'n ronden hoed Nu netjes op. — Kind, jij gaat niet. Boeboe; paard bijt.— Huil jij maar toe; beware me als je 'n ongeluk kreeg! — Kom gaan we. — Phrygia, neem het kind en speel er mee, Roep 't hondje binnen en sluit dan de buitendeur. —

1) Een mina pl. m. f 45.—

Sluiten