Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vroeger „de Dood" over den dijk ons te vergasten op liet gezicht dat de stad van de overzijde van den IJssel aanbiedt.

Gelukkig dat de zon zich achter de wolken verschuilt daar zij ons anders op den schaduwloozen bandijk geducht zou hinderen, ook al omdat behalve het schoone gezicht op Deventer er weinig is dat onze aandacht verdient.

Neen! we zijn ondankbaar, want wij verzuimen te genieten van den schoonen aanblik die de buitenplaats 't Schol met zijn eerwaardig geboomte en lieve waterpartijen ons vertoont en waarvan wij eene afbeelding in den text opnemen omdat de geheele omgeving dit ten volle verdient.

De kronkelingen van den dijk volgende, die wel eens de verzuchting doen slaken „komt daar nooit een einde aan" vinden wij bij elke bocht nieuwe gezichtspunten op dit fraaie buitengoed, dat, op eene hoogte gelegen op verschillende plaatsen, tusschen het geboomte door uitzicht op den dijk en het daarachter gelegen terrein heeft. Wel hebben we aan den Tol gelegenheid om onzen weg naar Twello te bekorten, door langs het Zand den binnenweg naar dit dorp in te slaan, maar ons doel moet bereikt en bovendien zien we het torentje van Wilp reeds zoo nabij dat we ons door de zon niet laten storen om de wandeling voort te zetten.

Het dorpje dat we van het einde van den dijk voor ons zien ligt een eindweegs ter zijde van den grooten weg naar Zutphen en dat wij liet bezoeken is niet zoo zeer omdat het zoo belangrijk is — want het is eenvoudig en klein — maar omdat we het noodwendig moeten passeeren, willen we van de meer zuidelijk gelegen prachtige landgoederen de Lathmer, de Poll, Bussloo, enz. het vele schoone opmerken dat daar te vinden is. Wilp ligt evenwel niet onaardig aan den voet van den lioogen IJsseldijk; wendt echter voor ge den dijk afdaalt nog een laatsten blik op de kronkelende rivier met de uitgestrekte uiterwaarden en het daarachter zich zoo ver uitstrekkende verschiet, maar verzuim vooral niet nog eens van het vergezicht te genieten dat u van hier op de stad met haren forsclien toren wordt aangeboden.

Hoe nederig Wilp daar aan den voet van den dijk gelegen moge zijn, heeft ook dit dorpje zijne geschiedenis die tot de 8ste eeuw teruggaat, 't Was omstreeks 765 dat de Angelsaksische Christenprediker Lebuïnus hier een kerkje stichtte, dat al spoedig door een ruimer bedehuis te Deventer werd gevolgd. Hoewel vaak door plundertochten der vijandige Saksers belemmerd en gestoord, maar met waren heldenmoed en doodsverachting voortgezet, zocht en vond hij hier eene plaats voor zijne onvermoeide werkzaamheid; al werd ook

Sluiten