Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dagen lang het kamp als in een reusachtige stoofpan heeft liggen braden en de hitte loodzwaar, alles verschroeiende, over de gloeiend heete heide hing, door geen enkel tochtje afgekoeld.

Spookachtig verlichten de felle stralen het transparant zeildoek en doopen de kleine binnenruimte der tent in een blauw licht; dan weer wordt de dichte duisternis door een korten, scherpen bliksemschicht afgebroken en de enge, spits toeloopende tent, een ondeelbaar gedeelte van een seconde oogverblindend wit zich afteekenende, schijnt als een kegel van witgloeiend metaal op ons neer te vallen. Dreunend, door de omringende heuvelen duizendvoudig weerkaatst, rolt de donder; somwijlen hoort men op onheilspellende wijze een knetterend geluid en de bliksemflitsen schijnen als ware 't een offer te zoeken.

Wel te verwonderen is het, dat men niet méér van ongelukken hoort; als men nagaat, welke aantrekkingskracht honderden bajonetten en andere metalen voorwerpen moeten uitoefenen.

In waarheid majestueus is het, wanneer 's nachts in de legerplaats de snel elkander opvolgende donderslagen ratelen; wanneer de zware wolk, als een booze demon door de heuvelen gevangen gehouden, laag over de tentenrijen langzaam heenstrijkt, loerend de vurige oogen openend.

Het licht verblindt nog, en reeds wordt de zware donderslag door de echo voortgeplant. Is het onweder een natuurtafereel, dat steeds indrukwekkend is, onbeschrijfelijk wordt die indruk onder zekere omstandigheden in een stormachtigen nacht op de heide, wanneer men

Sluiten