Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

curreeren met de straatverlichting eener wereldstad. Ook in het kamp was het welbekende licht in top geheschen, en als we dat in de verte zagen schitteren, dachten wij met weemoed aan de gezelligheid der cantine.

Nu en dan kwam een nachtvogel aanvliegen, laag over ons neerstrijkende, als om te zien wat we daar uitvoerden, om dan verschrikt over de ongewone drukte op die anders eenzame plek weer weg te fladderen. Mede voor 'n mensch, toevallig langs komende, zou 't er vreemd hebben uitgezien en iemand, bang voor spoken, zou 't op een loopen gezet hebben voor die donkere gestalten, schijnbaar bezig schatten te delven of 'n wonderlijk graf te graven in 't middernachtelijk uur.

Want het was middernacht, daarbij nieuwe maan en de hemel bewolkt, zoodat men op eenigen afstand niet veel onderscheiden kon. Daarbij wierpen de lantarens, aan drie zijden gesloten, haar mat licht op de witte gedaanten, die ijverig in de weer waren. En als Hans Heiling den arbeid der gnomen, stond ik in het donker die bedrijvigheid rondom mij aan te zien; nu en dan met behulp van een windlucifer op mijn horloge ziende of het al tijd was voor de aflossing, die weldra met frissche krachten het werk voortzette; terwijl de ploeg, die rust genieten mocht, gretig van de vergunning gebruik maakte om een paar uren te slapen ook zonder veeren bed en donzen peluw.

Merkbaar avanceerde het werk; borstweringen doemden als 't ware uit het donker aardrijk op; eene enkele travers begon vorm te bekomen; met behulp van eenige lantarens werd een, uit 'n defensief oogpunt minder spoedeischend, gedeelte van het werk nog even uitgezet,

Sluiten