Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nooit! O God, moest zij zóó het leven door? Moest zij de heiligste gevoelens prijs geven om dat vasthouden aan een vorm? Was het niet iets goddelijks, iets heiligers dan die vorm, dat zij met hem verloor? Angstig strekte zij de armen uit, alsof zij ze nu, indien hij nog daar was geweest, om zijnen hals had willen slaan, om hem te zeggen, dat zij hem voor altijd wilde toebehooren, dat zij geen scheiding tusschen hem en haar duldde.

Maar zij was alleen nu. Haar bleek gelaat werd door een donkeren blos overtogen, terwijl zij handenwringend door het vertrek op en neer liep. Eensklaps opende zij de deur, die op de gang uitkwam, greep hoed en mantel van den kapstok, kleedde zich vluchtig en ijlde naar buiten. De ondoordringbare mist omgaf haar. Nauwelijks vier pas voor zich uit kon zij de voorwerpen onderscheiden. Zelfs de zwarte, bijna ontbladerde boomen aan weerszijden van de oprijlaan verscholen zich achter het dikke mistgordijn. Zij volgde de kleine witte paaltjes, die den rijweg afbakenden en waarvan zij er aan weerszijden slechts weinige tegelijk kon zien. Nadat zij het hek, dat de buitenplaats van den straatweg scheidde, was doorgegaan, sloeg zij rechtsom. Zij liep gejaagd voort, slechts één denkbeeld bezielde haar: hem te zien; maar zij kon immers niets onderscheiden bij dezen verschrikkelijken mist, die tusschen hen lag, zooals haar bange twijfel, die zoolang haar geest beneveld had. Was het een teeken? Moest zij hem zijn weg laten gaan? Bijna bewusteloos liep zy toch voort, niet wetend, of zij zich niet met elke schrede van hem verwijderde, als zij een anderen kant had ingeslagen dan hij volgde.

Een hard, stootend geratel van een boerenwagen ver-

Sluiten