Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is voor deze gelegenheid netjes, puntig over het jak gelegd, en een „kattenaten scholk beschermt den besten rok met twee „opnèisels".

Trotsch laat zij haar oog gaan over de vier kinderen, in wier bezit zij zoo rijk is, al valt het haar soms vrij hard te moeten zwoegen van 's morgens vier of vijf uur tot bedtijd. En welk soort arbeid valt niet ten deel aan een boerenvrouw als zij. Met gebogen rug „kroeit -) zij een geheelen morgen of raapt aardappels, om dan in haast wat te gaan koken voor het middagmaal.

In het begin van haar trouwen heeft zij evenwel nog moeielijker tijden gekend, toen zij uren lang de egge trok, terwijl haar man, met eene koe voor den ploeg, elders bezig was. Zoo erg is het thans niet meer. De omstandigheden zijn verbeterd, maar benijdenswaardig is het lot der Limburgsche boerin nooit.

Het viertal kinderen toont gezonde dikke boerengezichten, allen als in één vorm gegoten. Nu ze daar zoo bij de tafel zitten aan den muurkant op de bank, door het lampje slechts flauw verlicht, zou het een oningewijde moeilijk vallen de zusjes van de broertjes te onderscheiden.

Het haar, in tint als dat van vader, en dat in dit opzicht een overgang vormt tusschen de kleur van den geboortegrond en vaal stroogeel, is bij de meisjes achterover gekamd, en bij de kleine Mieke, de jongste van het viertal, vastgeklemd door een ronden kam, terwijl Geutruuj s), die als oudste kind reeds flink mee aanpakt in de huis-

1) Katoenen boezelaar.

2) Kroeien ~ wieden. Van ónkroet ui onkruid.

3) Geertruida.

Sluiten