Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontdekt, toe, verplicht me en zend het mij vrachtvrij even toe.

De „gedrochtelijke" lichaamsvervorming, waarvoor ik zooveel vrees koesterde, is niet gekomen, althans voor oningewijden zijn de gevolgen weinig zichtbaar. Niettemin — mijn gevoelens omtrent de bakers in 't algemeen en de baker in quaestie in 't bijzonder zijn er niet door veranderd. En dus vergeef me, Hildebrand, als ik daar uwe woorden: „Hij zal zich zijn leven lang verbazen dat er, met zulk een baker, niets voortreffelijkers van hem geworden is" niet kan nazeggen. Doch wel: „Het zal me steeds blijven verwonderen dat er, ondanks zulk een baker, nog zooveel van me terecht gekomen is, d. i. zoo weinig mismaakts." Maar gij, Hildebrand, melddet ook niet of de uwe er óok zoo eene was, zoo'n „oude, leelijke tang van een baker met. .. ."

Maar ik wensch het niet meer te herhalen. Het maakt me steeds wreveliger en ik wil me er niet meer over opwinden.

Sluiten