Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sneeuwlandschap.

DOOR

J. B. SCHEPERS.

Uit looden luchten vallen dwarlend op het wollig wit sneeuwvlokken neer. In grijs en mist verneevlen zich de takken van den rechten boomenweg. Sneeuw, opgewaaid aan éénen kant, verbreekt der stammen zwart die aaklig doodsch daar rijzen uit den weg en wie voorbijgaat rillen doen als in 't museum van voorlang gestorvenen. En, schijnbaar dartel soms, valt altijd door vol weemoed op het karrespoor de sneeuw.

Een gele kermiswagen komt daar aan, waarvoor een donker man als lastdier zwoegt een blonde bleeke vrouw duwt aan het rad met ééne hand; haar rechter houdt een kind aan 't warme moederlijf; een jongen stuwt met beide handen achter aan de kar

Sluiten