Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

je heelemaal beter bent; dag man, dag beste jongen!"

Hij had flauwtjes geglimlacht, toen hij de hem zoo welbekende, zachte stem hoorde: bewusteloos van pijn en zware koorts, die opgekomen was, knikte hij „ja" met gesloten oogen en onbewust.

Toen was ze weggegaan, want de dokter kwam binnen, zwijgend groetend.

In de wachtkamer werd het der hoofdverpleegster bang die stille smart te zien en gewoon te troosten of ten minste dit te trachten, zei ze op vromen toon:

„Gelukkig, niet waar Mevrouw, dat ons leven niet in onze hand is, maar dat de goede God daarboven beschikt tot ons eigen bestwil. Onze lieve Heer zal het met Mijnheer wel goed maken."

Woest keken de jonge vrouwenoogen de hoofdverpleegster aan, eindelijk brak het los in een smeekende vraag om licht:

„Hoe weet u dat?"

Eerst geschrokken, herstelde zich de verpleegster spoedig en antwoordde op kalmen toon :

„Ik weet het niet, Mevrouw; ik geloof het alleen en geloof het vast en zeker!"

„O!" hernam het jonge vrouwtje teleurgesteld, „ik geloof het niet!" en toen de zuster door wilde gaan met bijbelteksten en vrome gezegden, had ze verzocht daarmede uit te scheiden en haar alleen te laten.

„Ik zal voor u bidden, Mevrouw," zeide de hoofdverpleegster heengaande.

Alleen gebleven overviel haar een doodelijke angst in die groote stille kamer met religieuse opschriften en de

Sluiten