Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik heb straks figuranten geleiden, maar kom daar net mijn meisje tegen, die van avond vrijaf heeft. Je beSryP'-' dat ik nu met haar uit moet, en dus wil jij dat baantje wel voor me waarnemen, hé? Over een kwartier moet je afmarcheeren; je bent de eenige van de makkers, die nog tehuis is. Ik ga het dadelijk aan den adjudant vragen, 't Is goed, hé ?"

Weerman was alweer verdwenen, ter nauwernood Bramsen den tijd latend tot een toestemmend antwoord, en geeuwend maakte deze zich gereed tot het vervullen van den gevraagden liefdedienst.

Bij voorstellingen in den schouwburg, waarbij optochten als anderszins werden ten tooneele gevoerd en waarbij dus behoefte bestond aan een groot aantal personen, nam men in den regel zijn toevlucht tot het garnizoen, waarbij steeds de noodige manschappen te vinden waren, om tegen eene geringe vergoeding vrijwillig hun bijstand te verleenen en naar gelang van de omstandigheden, in bonte pakjes gestoken, roovers of soldaten, te hoop geloopen boeren of zwijgende hoogwaardigheidsbekleeders uit te beelden.

^ oor de orde en tucht was natuurlijk toezicht noodig; vandaar de betrekking van figurantengeleider, die nu door de omstandigheden tamelijk onvrijwillig door Bramsen zou worden uitgeoefend.

Op het bepaalde uur trok hij met een kleine honderd getrouwen naar den schouwburg, waar zij alras onder zijn wakend oog werden omgezet in middeneeuwsche krijgsknechten met blikken helmhoed en slobberende tricot beenbekleeding. Daar waren lansknechten wier lanspunten den metaalschijn dankten aan opgeplakt zil-

Sluiten