Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoynck van Papendrecht.

(25) r— ——I—r~~—\ Wapen. Gevierendeeld: 1

en 4 in zilver twee groene mirthekransen in het hoofd, elk beladen met vier roode rozen (1, 2, 1) en een roode roos aan den voet, geknopt van goud en gepunt van groen (Hoynck); 2 en 3 in zilver een roode dwarsbalk, beladen met een uitkomenden gouden leeuw en vergezeld van vijftien liggende groene blokjes (turven) negen (5, 4) boven en zes (3, 2, 1) onder den balk.

Wapenspreuk: Vivo leo

cespite tutes.

Mr. Anthony Hoynck van Papendrecht, zoon van Mr. Paulus Cornelis en van diens eerste vrouw Maria Elisabeth Scheltus, studeerde aan de Hoogeschool te Leiden, alwaar hij den 2 gen Juni 1842 promoveerde tot Meester in de Rechten.

Hij legde den nen Juli 1842 den eed af als advocaat bij de Arrondissements-Rechtbank te Rotterdam, in welk Collegie hij bij Koninklijk Besluit van 14 Juni 1846 tot Rechter-Plaatsvervanger werd aangewezen.

Den 2Óen Maart 1847 werd hij geïnstalleerd als Rechter bij dit Collegie, uit welke betrekking hij den 2ien Juni 1862 op zijn verzoek eervol werd ontslagen.

Den 13e11 Juni 1854 werd hij voor het kiesdistrict Rotterdam gekozen tot Lid van de Kamer der StatenGeneraal, welke post hij vervulde tot September 1866, toen hij bij de periodieke aftreding verzocht voor een verkiezing niet meer in aanmerking te komen. Te Rotterdam was hij Lid van den Gemeenteraad en gedurende eenigen tijd Wet¬

houder, hij was ook Lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland. In 1874 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van den Nederlandschen Leeuw. (Zie Genealogie Hoynck van Papendrecht door R. L. Martens in het Alg. Ned. Familieblad, 1891, pag. 90).

Wapen. In zilver een keper vergezeld in het schildhoofd van twee zesnnntiVe ctprr^n

en in den schildvoet van een Vaillant. liggende wassenaar, alles van

(26)

Sluiten