Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar den Hemel gezonden, en is nu henen gegaan om daarvan een bezit te nemen10).

Hierin volhardde hij tot aan zijn einde; zijn gansdhe herte was uitgestrekt tot heiligheid en deugd, en om Christus, zijn Heere, gelijkvormig te worden; hier was zijn gemoed altijd gewichtig "van en hierom verzaakte hij al wat hij maar dacht dat hem in den weg stond, om met zijnen God te kunnen vereenigen; 'hierom was hij ook spaarzaam in woorden, zeggende dikwijls: ,;Daar is niet veel te zeggen, maar veel te doen. Ik zwijg menigmaal tot schamens toe, als ik denk dat er geschreven staat (Math. 12 : 36), dat de mensch van ieder onnut woord rekenschap zal moeten geven; doch die hij sprak en schreef, waren leerzaam en krachtig, en dewijl zijn wandel meest in den Hemel was, gelijk hij in een van zijn Dichten zegt: Onze Geest leeft al meest, daar haar Oorsprong is geweest, — zoo was hem al wat op aarde was, te laag om daar buiten noodzaak van te spreken, maar het toekomende had hem het herte geheel ingenomen; daar reikhalsde hij naar, en 't maakte hem in hope zalig "); nooit zag men zijn aangezicht blijmoediger, als dat hij daarvan mocht spreken; dan was hij in zijn rechte element, als hij in de rijke belofte Gods, in den staat van het toekomende leven inging; een bijzondere welgemoedheid daarbij' uitdrukkende met te zeggen: ,,Het is maar om een korten tijd te doen; hoeveel hebben wij er gekend die haar heiligen avond nu al afhebben; wij moeten maar aanhouden; wij hebben den Allerhoogste mede, en die heeft geen anderen wil als om ons Zalig te maken, het leit nu maar aan ons komen tot 'hem, en dat wij ons niet laten ophouden door de

10). Notarieele acten zijn uiteraard zakelijk. Maar de dorre opsomming in de Inventaris van 't Sterfhuis (zie bl. LUI van Eeghen) is treffend: welk een eenvoud van bestaan.

11). Reeds van 1687 (in Vonken der liefde van Jezus, ed., Sythoff bl. 211) dateeren die prachtige regels „O Zonne heerlijk overtogen", die aan Vondel doen denken in hun breeden gang en ons vertolken het verlangen dezer ziel naar de ,,ontsluiting van de gouden deuren der eeuwigheid."

Sluiten