Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu, gelijk wij hier uiterlijk vuur hebben, zoo is er ook een inwendig Geestelijk vuur, hetwelk is de natuur des eeuwigen Vaders; want de ziele is zelve een Magisch vuur, en het licht dat uit haar schijnt, is haar geest.

En gelijk wij hier water zien, zoo is er ook een Geestelijk water wezenlijk, hetwelk is het water des eeuwigen levens, daar ons Christus op noodt, opdat ons zielevuur daarmede gelaafd zou worden.

En gelijk als hier lucht is, zoo is er ook een inwendige lucht, welke is de H. Geest.

En gelijk als wij hier Aarde hebben, zoo is er ook een inwendige Heilige Aarde, welke is de Goddelijke wezenheid die de eeuwige Wijdte vervult; die (al is zij schoon een Geest) dikker en begrijpelijker *) is als de klare Godheid. Uit deze H. Aarde wassen allerlei Bóomen, Kruiden en Bloemen; niet dat men 't bij zulke dingen vergelijkt, maar wezenlijk; gelijk hier in deze wereld, maar niet zoo grof en begrijpelijk, en toch geformeerd 2) en met schoone verwen; het is alles Kracht. Op Hemelsche, Geestelijke wijze is het grijpelijk en smakelijk. 3)

Indien nu hier zulk een groote schoonheid en zoetigheid kan gevonden worden, in de dingen daar goed en kwaad onder elkander vermengd zijn, als een uitgeboorte of openbaring van het Rijk des Lichts en het Rijk der Duisternisse, wat zal het dan zijn ter plaatse daar het goede alleen maar openbaar is? De moeder en oorsprong van alle schoonheid en zoetigheid, tot welke ons God roept. Hij wil niet dat wij op het uiterlijke blijven rusten, maar dat wij daardoor verder gewezen worden, om de eeuwige schoonheid en zoetigheid te erlangen 4)

*) Érijpbaar, tastbaarder.

2) vorm hebbend.

3) te smaken; genietbaar.

4) Bl. 20, al. 1, reg. 17 — bl. 20, al. 3 = BOEHME, ed. Sch., Bd. 6, bl. 685, n°. 129—132.

Sluiten