Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Ziel, met booze gedachten aangevochten,

beroept zich op 't rein geweten.

O Vorst van 't eeuwig duister rijk,

al werpt gij met drek en slijk en slijm der grove lasteringen 4)

en honderd andre vuile dingen,

dat maakt voor God mij niet onrein,

zoolang de levende fontein,

ontspringende uit een rein geweten,

die drek, van buiten aangesmeten,

gedurig met zijn stralen spoelt.

Zoolang mijn Ziel hierover voelt in haren grond een smertend lijden,

zoo zien wij haar getrouwlijk strijden voor haren God en voor zijn eer;

want liefde 2) zij haar God niet meer,

dan zou zij met het vuil ver-eenen,

en 't lijden was terstond verdwenen:

Dat is het merk, daar ik aan ken,

dat ik der zonden vijand ben.

Dies meugt gij 't naar uw dunken maken,

uw vuilheid kan 't gemoed niet raken.

Geloofd zij God in eeuwigheid,

die mij voor uwen list bevrijdt.

Goddelijk antwoord.

Ik zal u verlossen van al uwe onreinheden. Ezech. XXXVI :29. Acht het voor groote vreugde, mijne broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt. Jac. I : 2.

(‚ÄěLasterung"), zonden. 2) beminde.

Sluiten