Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op het XXIV. Zinnebeeld.

Een samenspraak tusschen den Verlosser en de verloste Ziele.

De verloste Ziele spreekt: Ach, mijn edele paarl, en geopende vlamme mijns lichts! In mijn angstig vuurleven, hoe verandert gij mij in uwe vreugde! o Schoonste Lief, ik ben u in mijnen vader Adam ontrouw geworden en heb mij door de vuurmacht *) tot wellust en ijdelheid des uiterlijken werelds gewend, en een vreemde boelschap aangenomen, en had alzoo moeten eeuwig in een duister dal, in vreemde boelschap wandelen, wanneer gi) met waart in groote getrouwheid (door uw doordringen en verbreken des toorns Gods en der helle en des duisteren doods) in het huis mijner ellende tot mij gekomen en aan mijn vuurleven uwe zachtmoed 2) en liefde wedergebracht hadt.

o Zoete liefde, gij hebt mij water des eeuwigen levens uit Gods bron medegebracht, en mij in mijnen grooten dorst verkwikt. In u zie ik Gods barmhertigheid, welke mi) tevoren in de vreemde boelschap verborgen stond. In u kan ik mij verheugen, gij verandert mi] mijne vuur-angst in groote vreugde. Ach! allervriendelijkst Lief, geef m j toch uwe paarl, opdat ik eeuwig mag in zulke vreugde

^De" Verlosser Jezus Christus spreekt: Mijn lieve Ziele en getrouwe schat, gij verheugt mij hoog in uw be£in"^' Het is waar: ik ben door de diepe deuren Gods tot u ingebroken, door Gods toorn, door hel en dood, in^ het huis uwer ellenden en hebbe u mijne liefde uit genade g schonken en u van ketenen en banden verlost, waaraan gij vast gebonden waart; ik hebbe u mijn trouw gehouden, maar gij begeert tegenwoordig3) een zware zaak van mij, r&niet gaarne met u wage. Gij wilt mijn paarl tot uw

*) de macht van het Booze (vuur).

2) „Sanftmut."

3) thans.

I

Sluiten