Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Ziele gelaten en stil in 't vuur der )

louteringe.

Neen, zoetste JEZUS, bron der liefde en vriend'lijkheid, gij hebt geen lust daaraan, dat de arme Ziele lijdt; uit u en gaat geen vuur! De vlammen dezer smerte ontspringen uit den grond van 't ongezuiverd herte.

Mijn ongelijkheid en gebreken der natuur zijn zelf het brandhout van dit scherp verterend vuur, en eerder wil ik niet verlost zijn noch ontbonden,

voordat dit levend vuur zijn voedsel heeft verslonden. Het dure lang of kort, wij troosten ons de pijn,

want anders mocht' ik nooit met God vereenigd zijn.

Laat branden zooals 't wil! Ja, laat de vlammen wassen, tot de eigen wille gansch verslonden zij tot assche. Dan lescht *) het vuur van zelf gelijk een leven sterft, dat, uit- en afgeteerd, zijn kweekend voedsel derft, o Eigen wil, die mij zoo lange hebt gescheiden van God, het hoogste goed, hoe wil ik mij verblijden in uwen ondergang; want ziet. na uwen dood ben ik in God, mijn Lief, verlost uit allen nood! Ach' zoetste JEZUS, ach! versterkt mij met uw krachten, zoolang dit lijden duurt, opdat ik niet versmachte!

Goddelijk antwoord.

Zalig is de man die verzoeking verdraagt; want als hij beproefd zal geweest zijn, zoo zal hij de kroon des levens ontvangen, welke de Heere beloofd heeft dengenen die hem liefhebben. — Jacobus I : 12.

*) (dorst)lesschen, stillen, bedaren.

Sluiten