Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'En wilde kreet steeg op, weer werd het strijd,

Maar Bragi zeeg en voelde 't bloed wegvloeien.

Hij zag de sombere ogen om zich heen

En dankte velen met 'en druk der hand.

Vier makkers droegen hem de heide langs,

Die rood werd als z'n moeder had voorzien.

Bewustloos hoorde hij zacht wiekgeklap,

De komst van iemand wuifde wind hem toe

En fluistrend sprak 'en vrouw van liefde naast,

Ja over hem gebogen, schilderde

Hem warm de zaligheid in 't hoog Walhal.

Plots zag hij even het tafreel aan 't ven

En hoe zij blozend waadde naar de kant,

Maar koel liet hem dat woord, die liefde gleed

Langs 't hart hem neer; als van heel ver klonk noch

'En zang, die Gunlod tot hem richten kwam,

Hem in het oor; doch plotsling blonk 'en lach

Om 't bleker wordende gezicht: hij wist

Dat zijn Idoena naast hem knielde, en 't woord,

Onsamenhangend doch vol liefde, gaf

De stervende ongekende, blijde rust.

Haar tranen droppelden hem op de hand

En slechts de kracht haar hand te drukken bleef

Hem even noch, toen gleed de ziele heen,

Maar niet verheugd steeg Hilda naar Walhalla.

Sluiten