Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van hem met haar eigen kinderen groot te brengen, zoodat hij hem toch dagelijks kon zien en gadeslaan. Haar moederlijk gevoel kwam in opstand tegen het denkbeeld, dat de arme jongen, alleen, in de somber geworden weduwnaars-woning zou opgroeien, zonder andere vrouwelijke zorg dan van onverstandige en onbeschaafde meiden. En het was haar nooit uit het geheugen gegaan hoe kinderlijk dankbaar de knaap haar aanzag, toen zij hem vroeg of hij geen lust had voortaan altijd bij haar te blijven, op Kastanieënoord, waar hij met „Lena" kon spelen, en zij eiken avond samen naar bed zouden gaan. „O als het u blieft" had hij geantwoord; ik ben zoo bang alleen in de kamer 's avonds, want het is zoo stil in huis sinds maatje op reis is. En ik vraag eiken avond aan onzen lieven Heer, of Hij haar toch maar gauw wil terugsturen. Maar zij heeft het zeker zoo prettig bij Hem, dat zij papa en mij heeft vergeten."

Met een glimlach verwijlden mevrouw Rendells gedachten weer bij dien lang vervlogen tijd. Zij had zelve toen nog geen jongens gehad, alleen maar hare twee meisjes Hélène en Julie. En Hélène had de komst van den grooten, ouderen broer, die al veel meer wist dan zij.

Sluiten