Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

je zoo erg ziek te zien ?" vroeg zij hartstochtelijk.

— , Ja dat weet ik wel. — Ik weet wel dat je toch een beetje van mij houdt," antwoordde hij eenvoudig. „Zie je, toen ik pas ziek werd hinderde het mij vreeselijk, dat juist jij mij zou moeten oppassen ; maar nu ben ik er blij om; want het heeft ons toch een weinig nader tot elkander gebracht, — niet-waar?"

Zij kon niet antwoorden. Zij snikte steeds heviger. En hij herhaalde:

„Je moet er niet om huilen. — Het is zoo goed, dat juist i k de ziekte heb gekregen;. en niet een van de jongens, of Julie, of jij zelve.— Ik ben toch ten slotte maar een vreemde nietwaar ; al heeft niemand mij dat ooit laten voelen.''

„O George, — George — spreek toch zoo niet," — bracht Hélène met moeite uit! „Ik kan het niet aanhooren."

— „Ik wilde je alleen nog maar vragen hen allen van mij te groeten: je mama en de broers en Julie. — Zal je hen zeggen, dat ik nu aan hen gedacht heb, later, wanneer — —"

— ,,Ik kan het niet hooren," riep zij opnieuw.

— Hij zweeg, — met iets als een vreemden glimlach op zijn gelaat, — alsof hij zich verwonderde over de hevigheid harer smart.

Sluiten