Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AL, voorz.. —— Langs. Al voren was het huis gesloten, en al achter stond het open.

Meest bij voorzetsels gebezigd: al boven, al

onder, achter, al voren.

Zuidned. zegt V..

ALAM, ALEM, z. nw., m.. = Gereedschap. D. ook aalm, alm, alme. C. alaam, K. alaem en aletn, instrument a artificum, Ik en kan niet werken, zei de schrijnwerker, ik en heb mijnen alam niet meegebracht.

=== (Spottende) Mensch, kerel, wijf. Dat is een aardig stuk alem, een aardige kerel.

Z. Allame, bij Verdam.

ALAMBIK , (i = ie kort, klemt, op bik) ,z. nw., m.. = Metalen kop der kofïiebeurs.

Ook lambik.

Bij V. verouderd.

Z. Alembijt, bij Verdam.

ALBASNOL, ALBESNOL, (klemt op al), z. nw., m.. = Nieuwsgierige, moeial. De albesnol steekt zijnen neus in allemans zaken.

— = Neus. Hij steekt zijnen albasnol overal in.

ALBAST, z. nw., m., (niet o.). — Z. Wdb. C.

ALBUM, z. nw., m , (niet o.). — Z. Wdb. C.

ALDER, bijv. nw.. — Genitief meerv. voor aller, is versterkend gebezigd bij hoedanigheidsw. en bijwoorden, 't Is een alderbraafste jongen. Hij gedraagt zichialderbest.

Ook in alderliandc, alderheiligcn en alderzielen.

— Tot alder tijd, Z. Ander.

ALDEREEREN, bijw. uitdrukk.. — Mee aldereeren, met dat alles. C. T. R. De beenhouwer is ziek geworden en mee aldereeren zit ik nu zonder vleesch.

A(L)DRIJ, bij w.. = Drij, bijzonder door de spelende kinderen in het tellen gebezigd. Aleen, altwee, aldrij !

ALEEN, bijw.. = Een, eens. Z. Aldrij.

ALEE(N)S. (scherpe e), bijw., in vragende en ontkennende zinnen. = Zelfs. D.S. Hij wil al Fransch schrijven en hij kent aleens zijne eigen taal niet. '

De Brabanders, zegt Schuermans, bezigen alleen en alleenelijk.

ALEM, z. nw., m.. — Z. Alam.

A.LERM, z. nw., m., (niet o). = Alarm.

— Het klept alerm, als er brand is.

— Nen alerm maken, groot misbaar. Ge moet zulken alerm niet maken, daar zijn geene dooden !

ALEUR, (klemt, op leur), z. nw., m.. = Beslag, gerucht. Hij heeft 'nen stuiver verloren en maakt daar 'nen aleurover, alsof hij vijf frank kwijt ware.

ALEVEL, ALEVER. (klemt. op ev), bijw.. = Alevenwel, toch C. D. alevél. Dat is alevel toch niet waar ? Wel, alever toch ! hoe kunt gij dat gelooven ?...

Komt meest in vragen en uitroepen, en meest vergezeld van toch.

ALEWIJN; z. nw., m.. — Het vermaard lied van Heer Alewijns boschken is vroeger in het land van Waas zeker veel gezongen. Ik heb bevonden dat het nog van oude menschen gekend is te Sint-Nik-

laas, te Sinaai, te Sint-Pauwels en te Kruibeke. Ik geef de twee teksten die hier gekend zijn :

I.

Heer Alewijn zong een liedekijn En die 't hoorde wou er bij zijn Waardoor er veel kwamen in de pijn.

Dan was daar nog een koningskind Van de schoonste die men vindt En die van hare ouders wierd zeer bemind.

Zij ging vóór haren vader staan.

-— Vader, mag ik wandelen gaan Of naar heer Alewijns boschken gaan ?

— Neen, mijne dochter, vol van rom (roem), Die derwaarts gaat, die komt er nooit weerom : Wel zestien zijn er dood gebleven met veel weedom.

Dan ging zij vóór hare moeder staan

— Moeder, mag ik wandelen gaan

Of naar heer Alewijns boschken gaan ?

— Neen, mijne dochter, vol van rom,

Die derwaarts gaat, die komt er nooit weerom : Wel zestien lieten daar hun leven en hunne maagde-

[blom.

Dan ging zij vóór hare zuster staan,

— Zuster, laat mij wandelen gaan :

Ik wil heer Alewijn spreken aan.

— Neen, mijne zuster, schoonste blom,

Al die daar gaat, die keert er nooit weerom ; Van al de maagden die daar dood blijven, staat heel

[de wereld stom.

Voor het lest sprak zij haren broeder aan.

— Broeder, mag ik bij heer Alewijn gaan ?

Dat is mijn verzoek, wilt het mij toestaan.

— 't En let mij niet waardat gij gaat,

Als gij uwe eer maar wel bewaart:

Daar van ben ik vervaard.

Gij moogt vrij bij heer Alewijn gaan,

Uwe bede wil ik niet afslaan,

Al wat gij verzoekt, wil iku toestaan.

Zij ging op hare kamer en deed aan een hemdeken fijn, Trok aan een kleed van wit satijn,

Waardoor zij scheen eene godin te zijn.

En daarboven een carnaten rok,

Op ieder plooie stond een gouden knop En een allerschoonsten voorschoot daarop.

Sluiten