Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En weet ge wel waarheen?

Duivenvoorde. He duinen in !

M a u r i t s. Naar Delft!... Wanneer men heden naar mij vraagt, Kunt gij wel zeggen dat het beter gaat.

Maar morgen zal 't weer 't oude liedje zijn.

't Gaat achteruit, zelfs snel o, 'k weet het best.

En 'k ben geresolveerd, geheel en al.

Duivenvoorde.

Dat zou toch vroeg zijn, heer!

M a U r i t s. Maar vriend» mijn dagen,

Ten minste vele dagen, tellen dubbel.

Ik heb op Frieslands natten grond geslapen,

En op het heete zand van Zeelands duin;

'k Heb meengen stroom doorwaad, en heele nachten

Nu ja, dat is voorbij .... Gij, Duivenvoorde,

Die mij tot tweemaal van den dood gered hebt,

Gij ook hebt recht tot pralen !

Duivenvoorde. Wie een leven

Als 't uwe redden kan, heeft daar wèl recht op !

M a u r i t s. Doch laat ik nu aan andre dingen denken !

Ik wacht bezoek. Gelukkig dat ik mij Zoo wèl gevoel van daag!

Vriend Duivenvoorde,

Gij moest mijn broeder eens ontbieden daad lijk ! (Duivenvoorde af, achter.)

1 ste Lake i. De Prinses-douairière !

M a u r i t s {geeft den kamerheer een teeken haar te gaan ontvangen ; wijst dat men een stoel naast den zijne moet plaatsen. Gaat zitten.) Daar, een stoel!

De Prinses-douairière Louise de Colligny door den kamerheer binnengeleid. Zeer oud, in rouw. Maurits. Ik dank u, moeder!

Prinses. En hoe gaat het, zoon ?

Maurits. Goed, goed ! Veel beter ! 'k Heb weer alle hoop !

Sluiten