Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De verkleinwoorden :

borstken, broexken, haecsken, hexken, hueken, huusken, ketenken, kyndekijn, croenken, nierken, roedeken, rincsken, scaepken, wormken, liedeken. De woorden met voorvoegsel ge- :

ghebet, ghebrec, ghebot, ghesicht, ghemac, onghemac, ghemoet, ghewicht, gheslut, ghewin, g het al, ghetughe, ghelaet, gheruusch, gebeer, ghewaet, ongheduer, ghelove, ghewicht, voetghetert, gherief, gheniet, enz.

en verder vreemde woorden, als :

abys, a tram ent, consent, eonvent, element, firmament, sacrament, ocsuyn, paradijs, profijt, habijt, sermoen, venijn, enz.

De nom. enkv. heeft geen uitgang. Toch treffen we eenige voorbeelden aan van naamw. op -el, die in dezen naamval een uitgang -e hebben aangenomen : maecsele 4, 110, 14; decsele i, 73, 17; dit laatste ook in den acc. decsele 1, 91, 1; 85, 2, 3.

In den gen. enkv. is doorgaans de oorspronkelijke -e van den uitgang uitgevallen : avents 2, 220, 10; bisscops 1, 193, 20; bisscobs 1, 234, 12; boes

2, 101, 15; boems 1, 245, 7; dancs 3, 110, 21; gheests

1, 6, 25; gods 3, 35, 19; inkeers 3, 129, 12; knechts

3, 136, 7; moets 2, 117, 15; raets i, 166, 19; 168, 13; raeds i, 221, 21; sins 3, 73, 28; strijts 3, 84, 1; wijns 3, 155, 8; priesters, 1, 201, 21; 234, 15; honger s 2, 19, 13; mergens 1, 157, 20; marghens 1, 263, 18; maerghens 2, 87, 7; bloets 3, 56, 5; 153, 21; bloeds 1, 10, 24; broets 3, 154, 15; dincs 1, 18, 11; goets 2, 136, 3; kerchoefs 1, 13, 16; 21; hoets 1, 194, 18; jaers 2, 100, 17; 156, 13; ca/s 3, 17, 13; cal/s

2, 24, 3; 1, 260, 11; overscoudercleets 1, 233, 3; lams 2, 153, 5 5 leets 3, 45, 20; lichs 1, 55, 21; 228, 10; lijfs 1, 248, 6; vters 1, 16, 2; vagheviers 3, 141, 3;

Sluiten