Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Meerv. N. sondere *nke

G. sondere *rike

D. sonderen *riken

A. sondere *rike

In den nom.-acc. enkv. hebben altijd -e: herde, rugghe; doorgaans, de naamwoorden op -are, -ere; draghere. besittere, ghebrukere, bultenare,'sondare enz.

De -e is welgevallen in bornput, 3, 67, 8; rijke verliest ook een enkele maal zijn -e : rij'c (acc.) 4, 5, 13.

Naast minnere, sondare enz. komen, betrekkelijk zeldzaam : verlosser, 3, iti, 5; ghesontmaker, 3, m, 5; ghever, 3, 36, 13; minnaer, 3, 92, 14; enz.

Onder den invloed der zwakke buiging vinden we hier, benevens een genit. op -es of -r, ren gen. op ~(e)n : des sondaren, 2, 218, 26; des candelaren, 1, 146, 10; des crucen, 1, 265, 25; 8. 16; 3, 53, 23; 122, 11; benevens een enkele maal des cruces, 3, 40, 1; des verdoemenissen, 4, 152, 23; F en L hebben hier der verdoemenissen.

De datief enkv. gaat doorgaans uit op -e; bij de naamw. op -are, -ere vinden we in dezen naamval enkele, malen apocope der -e ; sondaer, 3, 104, 23; jongher 3, 41, 12; 23.

De mannelijke naamw. heb'">en in den nom. acc. meerv. doorgaans den uitgang -en der zw. verbuiging aangenomen, vooral die op -er, -ere, enz. ; nom. herden 1, 201, 9; 2, 208, 17; 5, 96, 9; mordenaren 3, 123, 17; middelaren 2, 120, 24; pays makeren 3, 142, g ; navolgheren 2, 112, 6; jongheren 3, 115, 18; 4, 160, 12; Ier er en 1, 201, 7; scinkeren 1, 10, 4; toeghangheren 2> 15°, 3,' dienaren n. 1, 10, 5.

Een meervoudsvorm navolghere 2, 112, 9 is hier uitzondering.

Ook in den genit. mv. is -en; de gewone uitgang : der sondaren 3, 40, 10; 142, 24; der merteleren, 1, 221, 17.

Vormleer van de taal van Ruusbroec.

4

Sluiten