Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brocdere 4, 84, 4; lieve brodere 2, 116, 29; broeder e 2, 192, 16; broedere (acc.) 4, 65, 18; twe ghebroedere 1, 53, 10;

doehtere 2, 142, 21; 193, 5;

Gen. mv. der ouder vadere 4, 147, 21; der bruedere 2, 190, 12.

Daarnaast komen ook de oorspronkelijke vormen : inder Vader boeke 3, 41, 11; ghebroeder kindere 2, 143, 1;

Dat. mv. broederen 3, 92, 17; 4, 38, 18; susleren 4, 69, 14; met uwen susteren 4, 80, 7.

Suster heeft verder in den nom. en acc. mv. ook den uitgang -en : susteren (nom.) 4, 84, 4; onder uwe susteren 4, 80, 6.

Men lette verder op een nom. enkv. die zwestere (geestelijke zuster) 4, 149, 1; G. en I, die swestere, F. die swei/'stere, L. die suster.

Stammen op -nt.

Hiertoe behooren vrient en viant.

Nom. acc. enkv. vrient, viant; vgl. 4, 181, 16; 4, 131, 3; 4, 81, 22.

Gen. enkv. vrients, viants; vlg. 4, 130, 15; 4, 172,16;

Dat. enkv. viant 4, 161, 26; vrient 3, 7, 10.

Nom. gen. acc. mv. viende, viande; vgl. 4, 39, 1; 4. 27, 24; 4, 31, 9;

Dat. mv. vrienden 4, 38, 10.

Consonnantische stammen.

Man. Nom. acc. enkv. man; gen. mans, 4, 86, 2; dat. manne 4, 161, 19;

Nom. gen. acc. mv. manne.

Voet. Nom. acc. enkv. voet; dat. enkv. voete 2,

215» 3- • < <

Sluiten