Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Evenals bij de bijvoegelijke naamwoorden vinden we hier de vormen zonder buigingsuitgangen :

een salicheit 3, 5, 12; een vroude 3, 5, 12; een hulpe 3, 15, 9.

Omgekeerd komen de vormen, zonder buigingsuitgangen voor, alhoewel zelden, met den uitg. -e : ene ule 2, 211, 1; om ene smelten 3, go, 5.

In plaats van eenre, leest men ook eere :

ute eere fonteinen 1, 53, 11; gelijc eere palmen 1, 60, 24; eere ontplokenre hant r, 60, 24.

Twee. De buiging van twee is : twee, tweer, tween, twee, voor de drie geslachten :

twee vloghele 2, 213, 5; die twe haren 1, 79, 53; dese twe ringhe 1, 233, 9;

tweer hande 1, 213, 3;

met tween panden 1, 196, 2; van desen tween jonghen huusduven 2, 69; met tween clauwen 2, 169, 3; in tween poenten 1, 52, 19;

twee maten hoghe 1, 183, 15; twe ringhe 1, 233, 6. Voor twee in nom. en acc. vindt men de schrijfwijzen twe en twee; doch overwegend twe. In den gen. ook twerc; in den dat. ook tweeen 2, 224, 6.

Voor het tweevoud wordt nog gebezigd beide, met dezelfde buiging: beide, beider, beiden, beide : si beide 2, 113, 13; 1, 75, 6;

haerre beider minne 3, 228, 5;

in beiden siden 1, 197, 13; 16; 2, 19, 11; met hem beiden 3, 228, 6; die andere beide 1, 179, 3.

Beide vindt men ook in onverbogen vorm, als navolging van alle in : alle der goeder menschen, alle der gasten, waar het door een determinatief van zijn naamw. gescheiden is :

van beide dien boemen 1, 256, 7.

In 't Os. werd beide ook in 't enkv. gebezigd : huuand hi habad bêdies giuuald, liudis libes endi oc

Sluiten