Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woorden of uit een voorzetsel en een zelfst. nw.: onderwilen 3, 89, 20; 3, 92, 13; biwilen 3, 187, 15; bina 3, 47, 24; 68, 20.

Bijwoordelijke uitdrukkingen kunnen bestaan uit een zelfst. naamw. met een bijv. naamw. of telw. in den genitief: des morghens 4, 167, 20; des avons 4, 113, 1; des andersdaghes 4, 84, 7; des jaers 1, 183, 23; droechs voets 5, 101, 2; des nachts 3, 77, 11,

Andere bijw. zijn afgeleid van pronomina : weder 1, 10, 22; wanneer 4, 9, 14; dus, aldus 1, 25, 2; 23; 1, 6, 16; 6, 96, 15; sus, 6, 80, 9; saen 6, 103, 14; hier 1, 4, 18; daer 4, 17, 8; doe, doen 4, 41, 9; 10; wanen 6, 139, 9; henen 2, 211, 20.

Den instrumentaal van een pron. hebben we in hoe, wie 6, 129, 17.

Ook voorzetsels kunnen als bijwoorden voorkomen : vore : 1, 7, 7; 7, 14; passim.

Ook voorzetsels in samenstelling met bijwoorden of andere woorden : vort an 3, 11, 20; voir waer 3, 23, 5; voirtmeer 3, 131, 13; voirtmeere 3, 133, 2.

Voegwoorden.

1) Redengevende : want 3, 7, 2; 14; 14; 16; 17; 18; oft 3, 9, 24; merwant... soe 3, 18, iS; endewant 3, 22, 21. r) Gevolgtrekkende : soe 3, 10, 19; dat 3, 11, 11.

3) Doeluitdrukkende : opdat 3, 18, 6; 9.

4) Toegevende : al 3, 7, 15; 10, 25, 12, 7.

5) Voorwaardelijke : als 3, 10, 16; indien 3, 14, 13; want 3, 21, 16; ten ware 3, 72, 22.

6) Tijdbepalende : alsdan 3. 6, 18; 8,8; als 3,9, 20; 16, 13; 14; alsoe langhe als 3, 17, 1 ; alsoe langhe soe 3, 17. 3; wanneer dat 3, 19, 7; voir dat 3, 22, 3; die wile dat 3, 59, 2; 85, 21.

Sluiten